Artikel 107A

 In Arbeidsongeschiktheid

Letsel heeft vaak een enorme impact op het slachtoffer en diens omgeving. Met directe omgeving bedoel ik dan zeker niet alleen de familie. Ook de werkgever kan hard worden getroffen door de arbeidsongeschiktheid van zijn werknemer.

Een werkgever wordt zonder enige vorm van aankondiging geconfronteerd met het uitvallen van een goede arbeidskracht. Naast het emotionele aspect kan het uitvallen het arbeidsproces (zeker bij kleinere bedrijven) direct en sterk ontwrichten. Daarnaast is de werkgever ook nog eens verplicht het loon van de werknemer door te betalen, moet hij zich nauwgezet houden aan de regels die de wetgever en het UWV hem opleggen en krijgt hij te maken te maken met (extra) kosten zoals re-integratiekosten.

Doorbetaling loon

Op grond van artikel 629 boek 7 van het Burgerlijk Wetboek rust op de werkgever de plicht om gedurende de eerste 104 weken van arbeidsongeschiktheid het loon van de werknemer door te betalen. Het artikel dient ter (inkomens)bescherming van de zieke werknemer. Ook wilde de wetgever bij invoering van het systeem in 2004 de werkgever met deze verplichting prikkelen om ervoor te zorgen dat dat hij of zij er alles aan zal doen om de re-integratie van de zieke werknemer te stimuleren.

De loondoorbetalingsverplichting is al jaren een doorn in het oog van werkgevers. Werkgevers stellen dat met name kleinere bedrijven disproportioneel worden belast met deze verplichting. Bovendien weerhoudt het werkgevers om mensen in vaste dienst te nemen.

Nederland vormt binnen Europa ook een grote uitzondering. In Duitsland is de doorbetalingsverplichting van de werkgever gemaximeerd tot zes weken en ook in België hoeft de werkgever het loon slechts 30 dagen door te betalen.

Het nieuwe kabinet lijkt gehoor te willen geven aan de roep van de werkgevers. In het nieuwe regeerakkoord is opgenomen dat de loondoorbetalingsverplichting voor kleinere werkgevers (tot 25 werknemers) zal worden verkort naar één jaar. Het tweede ziektejaar zal moeten worden bekostigd via een uniforme premie die zal moeten worden afgedragen aan het UWV.

Er lijkt geen haast te worden gemaakt met het doorvoeren van de afspraken en onder meer MKB-Nederland heeft onlangs nog laten weten zich niet te kunnen vinden in de afspraken in het regeerakkoord. De huidige situatie zal dus ongetwijfeld nog enige tijd blijven bestaan.

Artikel 107a boek 6 BW

Wanneer de arbeidsongeschiktheid van een werknemer een gevolg is van de ‘schuld’ van een derde kan het doorbetaalde loon op deze derde verhaald worden. Wij noemen dit het verhaals- of regresrecht.

Het regresrecht is (pas) in 1996 door de wetgever vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek met als doel de zwaarbelaste werkgevers tegemoet te komen. Initieel vond de wetgever het voldoende om in artikel 107a van boek 6 op te nemen dat de werkgevers het -tijdens ziekte- netto doorbetaalde loon op de aansprakelijke persoon konden verhalen. Door een wetswijziging op 13 juni 2008 is het echter ook mogelijk geworden om de kosten van re-integratie mee te nemen in de claim.

Het regresrecht is een zelfstandig recht. Dat wil zeggen dat de werkgever niet afhankelijk is van de werknemer voor het verhalen van de schade. Ook wanneer de werknemer zelf niets wil claimen, kan de werkgever zijn of haar claim doorzetten.

Samenstelling claim

Het regresrecht bestaat zoals gezegd uit twee componenten:

Het nettoloon

Hoewel het regresrecht een zelfstandig recht is, is en blijft het wel een zogenaamd afgeleid recht. Hierdoor wordt de werkgever in zijn claimmogelijkheden ‘beperkt’ tot de grens van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid oftewel het civiele plafond.

Dat wil zeggen dat de werkgever nooit meer kan claimen dan degene die het oorspronkelijke vorderingsrecht heeft (de zieke werknemer dus). Wanneer er geen loondoorbetalingsverplichting zou zijn, zou de zieke werknemer enkel zijn of haar niet ontvangen nettoloon kunnen verhalen. De werkgever kan dus ook alleen het netto doorbetaalde loon proberen te verhalen.

Onder het nettoloon vallen ook bestanddelen als het spaarloon, het vakantiegeld en de doorbetaalde overuren voor zover deze op grond van de CAO of de individuele arbeidsovereenkomst moeten worden uitgekeerd.

Omzetderving die ontstaat door het uitvallen van de werknemer en de kosten van vervangend personeel vallen in principe nooit binnen de reikwijdte van artikel 107a. Ook de door de werkgever betaalde pensioenpremies en de premies van een verzuimverzekering vallen volgens vaste jurisprudentie buiten de boot.

De re-integratiekosten

Werkgevers zijn volgens artikel 658a boek 7 BW verplicht maatregelen te treffen en werknemers zo goed mogelijk te helpen bij hun re-integratie. Deze maatregelen kunnen gepaard gaan met de nodige kosten.

  1. Kosten die verbonden zijn aan administratieve activiteiten die de werkgever verricht of laat verrichten in verband met de re-integratie van de werknemer.
  2. Kosten die verbonden zijn aan de inschakeling van een Arbodienst. Denk hierbij ook aan de kosten voor het opstellen en evalueren van een plan van aanpak en/of het re-integratieverslag.
  3. Kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die een werknemer verricht met als doel de terugkeer naar arbeid. Dit geschiedt meestal in de vorm van een re-integratietraject en daarbij kan natuurlijk een re-integratiebedrijf worden ingezet. Het kan gaan om activiteiten gericht op de eigen óf andere arbeid bij de werkgever. Hierbij kan gedacht worden aan een korte cursus, maar ook aan het volgen van een volledige opleiding in het kader van om- of bijscholing.
  4. De kosten die verbonden zijn aan een multidisciplinair (medisch) traject van bedrijven als Winnock of Topcare.
  5. Kosten die verbonden zijn aan activiteiten die gericht zijn op bemiddeling naar een andere werkgever (zoals het volgen van een sollicitatietraining).
  6. Kosten die verbonden zijn aan het aanpassen van de werkplek. Denk hierbij aan aanpassingen die eraan bijdragen dat de zieke werknemer weer (deels) kan gaan werken zoals een ander bureau of de aanschaf van een braillecomputer of voorleeshulp. Ook de kosten voor het verbeteren van de bereikbaarheid van de werkplek vallen onder deze noemer.

Het kan voorkomen dat het UWV de werkgever een loonsanctie oplegt omdat het UWV van mening is dat de werkgever te weinig inspanningen heeft verricht om de re-integratie te bevorderen. De schade die hierdoor ontstaat, valt niet onder het regresrecht. Dit is onlangs nog uitgemaakt door de rechtbank Den Haag.

 

Onverplichte kosten

Het gebeurt wel eens dat een werkgever kosten maakt waartoe hij volgens de wet of de arbeidsovereenkomst niet verplicht is. Voor deze kosten geldt dat deze mogelijk ook door de aansprakelijke derde moeten worden vergoed. Het hangt grotendeels af van de vraag of de kosten (wanneer ze door de werknemer zelf zouden zijn gemaakt) conform artikel 107 voor vergoeding in aanmerking waren gekomen.

 

Uitzonderingen

De wetgever zou de wetgever niet zijn wanneer hij niet ook meteen uitzonderingen had gemaakt die het regresrecht van de werkgever beperken. Ik bespreek er twee.

Risicoaansprakelijkheden

Het kan zijn dat de letselschade van de werknemer ontstaat door een voorval waarbij de aansprakelijke partij aansprakelijk is op basis van een risicoaansprakelijkheid. Simpel gezegd de aansprakelijkheid die jou wordt aangerekend, omdat jij de verantwoordelijkheid draagt voor iets of iemand.

Denk hierbij aan schade die wordt toegebracht door een huisdier, een minderjarig kind of een gebrekkig opstal. De werknemer die door een hond wordt gebeten kan de eigenaar aanspreken en een beroep doen op het artikel waarin deze specifieke risicoaansprakelijkheid is geregeld. De bewijslast ligt vaak vrij eenvoudig en de schade zal in de meeste gevallen worden vergoed.

De werkgever van diezelfde werknemer plast daarentegen naast de spreekwoordelijke pot. In artikel 197 boek 6 BW is namelijk de zogenaamde tijdelijke regeling verhaalsrechten opgenomen. In dit artikel staat dat een regresnemer geen regres kan plegen wanneer de schade van de werknemer is ontstaan door een van de risicoaansprakelijkheden van boek 6 BW.

Schade door collega

Ook wanneer de aansprakelijke persoon een directe collega is, geldt het regresrecht van de werkgever in beginsel niet. Dit blijkt uit lid 4 van artikel 107a. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever met het opnemen van dit lid de verstoring van bestaande arbeidsverhoudingen wenst te voorkomen.

Wanneer de schade is veroorzaakt door opzet of bewuste roekeloosheid van de collega, is het plegen van regres in beginsel wél mogelijk.

 

Verzuimverzekering

Nederland kent bijna voor ieder risico een verzekering. Voor het risico van het uitvallen van een werknemer, bestaat de mogelijkheid om een verzuimverzekering af te sluiten. Je kunt bij diverse maatschappijen kiezen uit een breed scala aan polisvoorwaarden en uitkeringspercentages.

Het bestaan van deze verzekeringen is zeker niet overbodig of slecht. Maar is het ook verstandig om -ongeacht de reden van arbeidsongeschiktheid – klakkeloos een beroep te doen op de verzekering? Nee, dat is het niet. Iedere melding op de verzuimverzekering brengt namelijk een (forse) verhoging van de premie met zich mee. Ook is de dekking van de meeste verzuimverzekeringen dusdanig dat bepaalde schadecomponenten buiten de vergoedingssfeer blijven. Denk hierbij aan een eigen risico in de vorm van wachtdagen en de boven al genoemde kosten van re-integratie. Veel werkgevers nemen genoegen met de uitkering van de verzuimverzekering en laten hierdoor onnodig een (groot) deel van de claim varen.

Ons advies is dan ook eerst te (laten) onderzoeken of regres mogelijk en kansrijk is. Mocht dit het geval zijn, dan verdient het de voorkeur om de schade niet te melden bij de verzuimverzekering.

 

Onze praktijk

Wij zien in de praktijk dat werkgevers vaak geen gebruik maken van hun (regres)recht. De redenen hiervoor zijn niet heel eenduidig. Soms moet de reden gezocht worden in het bestaan van een verzuimverzekering. Wij vermoeden echter dat de belangrijkste reden is dat werkgevers vaak niet op de hoogte zijn van de mogelijkheid om een vordering in te dienen. Vooral kleinere bedrijven kennen de wet- en regelgeving op dit vlak onvoldoende.

Daarnaast zal ongetwijfeld een rol spelen dat werkgevers uit onwetendheid denken dat het verhalen van hun loonschade altijd moeilijk is, altijd kostbaar is en altijd veel tijd in beslag neemt. Onbekend is vaak onbemind.

Mijn hoop is dat na het lezen van dit verhaal deze onbekendheid grotendeels zal zijn verdwenen. Veel regresvorderingen kunnen vrij eenvoudig door de werkgever zelf worden afgewikkeld met de verzekeraar van de aansprakelijke partij. Zeker wanneer de periode van arbeidsongeschiktheid kort en het letsel reëel is, zal de gemiddelde verzekeraar een vordering zonder al te veel discussie voldoen. Mocht u toch enige vorm van begeleiding of sturing nodig hebben, dan kunnen de juristen van Justiz u uiteraard verder helpen.

Die hulp is sowieso nodig zodra de arbeidsongeschiktheid langer duurt, er onduidelijkheid bestaat over de klachten en de belastbaarheid van de zieke werknemer en/of er discussie mogelijk is over de aansprakelijkheid van de (schadeveroorzakende) tegenpartij.

In die gevallen kunnen wij de nodige juridische bijstand verlenen. De kosten van deze bijstand kunnen bij de aansprakelijke partij worden ingediend. Het is geldende rechtspraak dat de aansprakelijke partij deze kosten (mits redelijk en noodzakelijk) moet voldoen. In de meeste gevallen betekent dit dat de werkgever dus geen extra kosten heeft aan de inschakeling van een professional.

Recent Posts
Werknemer met arm in mitellabouwplaats