Chat with us, powered by LiveChat

Een verzekering voor blessureleed?

 In Blessure, Verzekering

U staat op een natte zaterdagochtend vanaf de zijlijn uw zoon aan te moedigen. Hij is de sterspeler van de D6 en heeft een gouden linkerbeen. U ziet vol spanning dat hij in een kansrijke positie voor de goal komt. De keeper van de tegenpartij stormt enthousiast zijn doel uit en maakt een snoekduik. Daarbij raakt hij niet alleen de bal, maar helaas ook het gouden linkerbeen van uw zoon.

In het ziekenhuis blijkt dat de linker enkel gebroken is. De artsen geven aan dat het herstel minimaal een half jaar gaat duren. Uw zoon ziet zijn hele voetbalcarrière in duigen vallen. U probeert hem te troosten. In uw hoofd bent u echter vooral bezig met praktische zaken. Wie vangt uw zoon thuis op. U moet immers werken. Wie brengt hem naar school. Wat gaat de revalidatie überhaupt kosten? Ben ik goed verzekerd? Is er een verzekering voor blessureleed?

U gaat ervan uit dat de kosten wel verhaald zullen kunnen worden op de ouders van de keeper. U stelt hen aansprakelijk. De aansprakelijkheidsverzekeraar wijst uw vordering echter resoluut af. De verzekeraar legt u uit dat de schade is geleden tijdens een zogenaamde ‘sport en spel’ situatie. In dat soort situaties zijn verzekeraars zelden verplicht schade te vergoeden. Alleen als er sprake is van bijvoorbeeld een hoge mate van roekeloosheid moet de verzekeraar wel betalen.

U voelt zich in de kou staan. U maakt namens uw zoon veel kosten en die kosten zijn veroorzaakt door een ander. Zijn er dan helemaal geen mogelijkheden meer om iets van de schade vergoed te krijgen?

De collectieve ongevallenverzekering: een vergeten verzekering?

Sporters lopen regelmatig blessures op tijdens de uitoefening van hun hobby. In 2016 werden 121.000 sporters behandeld op de SEH-afdeling van een ziekenhuis wegens een sportblessure. De helft hiervan was in de leeftijd van 9 tot en met 18 jaar.

Veruit de meeste sporters met een blessure zullen zelf moeten opkomen voor de geleden schade. Natuurlijk worden een aantal zorgkosten vergoed vanuit de (verplichte) zorgverzekering, maar die verzekering biedt vaak maar een beperkte dekking.

Grote overkoepelende sportfederaties zoals de KNVB, de KNLTB en de KNHB erkennen het bovenbeschreven probleem en willen hun leden graag tegemoetkomen. Daarom bieden zij zogenaamde collectieve ongevallenverzekeringen aan. Deze verzekeringen keren vaak een vergoeding uit voor medische kosten en een uitkering bij blijvende invaliditeit. De verzekering biedt dekking voor ongevallen tijdens wedstrijden, maar ook tijdens bijvoorbeeld trainingen, vergaderingen en zelfs het bezoeken van (thuis en uit) wedstrijden. Wanneer je lid bent van een sportvereniging -die aangesloten is bij de overkoepelende bond- val je automatisch onder de dekking van deze verzekering.

Helaas is onze ervaring bij Justiz dat sportverenigingen sporters niet actief wijzen op het bestaan van de ongevallenverzekering en/of de reikwijdte van de dekking. Misschien komt dit door onwetendheid over het bestaan van de verzekering of wellicht denkt men dat blijvende invaliditeit gelijk staat aan zeer zwaar invaliderend letsel.

Uitkering

De jongen in het voorbeeld breekt zijn enkel. Het lukt hem met een groot aantal fysiotherapeutische behandelingen om binnen 6 maanden te revalideren. Hij pakt zijn sport weer op, maar merkt dat de enkel iets minder stabiel is dan voorheen. Ook is de enkel soms wat dik. De jongen stoort het verder niet. Hij kan immers lekker voetballen.

De KNVB heeft als grootste sportbond van Nederland ook een ongevallenverzekering afgesloten voor haar leden. De polisvoorwaarden van deze verzekering geven aan dat de geneeskundige kosten worden vergoed tot een hoogte van €500,-. Veel belangrijker echter is nog dat in de polisvoorwaarden is opgenomen dat het (maximaal) verzekerd bedrag bij blijvende invaliditeit €75.000,- bedraagt.

De enkel van de jongen wordt in opdracht van de verzekeraar onderzocht door een orthopeed. Die constateert dat de enkel inderdaad iets minder belastbaar is en lichte bewegingsbeperkingen kent. Hij stelt een percentage blijvende invaliditeit vast op 6% van de gehele persoon.

Dit percentage klinkt wellicht niet heel spectaculair, maar het betekent wel dat de verzekeraar 6 procent van de maximaal verzekerde som aan de jongen moet uitkeren. Bij een som van €75.000,- komt dit neer op een bedrag van €4500,-. Daarnaast ontvangen hij dan wel zijn ouders nog €500,- aan vergoeding voor de gemaakte medische kosten.

Fijn om te weten is ook dat er geen tijdrovend en/of belastend proces aan de afwikkeling verbonden is. Het enige dat de vader van de jongen heeft moeten doen is via de sportvereniging een officiële melding maken van het ongeval bij de betrokken verzekeraar, een formulier in te vullen en zijn zoon te begeleiden naar een medisch onderzoek.

Conclusie

Sporten is gezond en wordt van alle kanten aangemoedigd. Geblesseerde sporters kosten de maatschappij echter ook heel veel geld. Een klein deel van de schade kan worden gecompenseerd door de bovenbeschreven ongevallenverzekeringen. Denkt u aan deze column op het moment dat u onverhoopt in de toekomst iets overkomt tijdens het tennissen, voetballen, hockeyen of misschien zelfs het paardrijden.

De juristen van Justiz staan u natuurlijk graag te woord voor raad en daad. Kijkt u voor onze contactgegevens op justiz.nl/contact of belt u met een van onze medewerkers via 030-2272375.

Recent Posts
kantoor-man-koffie